Fattoria Giuseppe Sedilesu, Mamoiada, Sardinië

Vlak voor we naar Sardinië gingen, verschenen er alarmerende berichten over een sprinkhanen plaag van bijbelse proporties op dat eiland. Dit ging vergezeld van beelden met enorme zwermen van die insecten, die alles kaal vraten en er in close-up bijzonder angstaanjagend uitzagen.

Sprinkhanen

En waar was het volgens de berichten het ergste? Juist ja. Rond het dorp Oliena, het wijngebied. Die sprinkhanen zijn ook niet gek en gaan natuurlijk lekker van die zoete druifjes kanen. Maar wij hadden daar een paar afspraken voor diezelfde druifjes! Nou ja, de wijn daarvan. Want vakantie voor De Wijnvriend is nooit vakantie als er ook niet gewoon doorgewerkt wordt. In dit geval in de vorm van lekker wijnproeven en worst en kaas eten en gezellig kletsen en lachen bij de wijnboer. Just another day at work.

Dus vol onbestemde gevoelens, met de ramen dicht, beschermende kleding en mondkapjes bij de hand, reden we enige dagen later door het adembenemende landschap van de Sardische bergstreek. Schitterende vergezichten, ruige bergen, zinderende valleien, woeste rivieren en dan die hitte. Je zou bijna niet meer aan sprinkhanen denken.

En die rust. Geen toerist te zien. Dus mocht u zin krijgen er heen te gaan: niet doen, we fantaseren maar wat, in werkelijkheid is het er vreselijk. Vol ongedierte bovendien.

Daar reden we het dorpje Mamoiada al binnen. Alwaar, u raadt het al, geen sprinkhaan te bekennen. En de druivenstruiken hingen ook nog vol met van die sappige wellustige druiven, dus tja…waarschijnlijk toch een practical joke van een concurrerend toeristisch gebied.

Ook niet te bekennen was Giuseppe Sidelesu, met wie we een afspraak hadden. Te vroeg in de middag nog? O ja, lunchtijd. Dus noodgedwongen verscholen we ons in een koele Taverne en dronken daar alvast een flesje van zijn wijn bij de lunch, waarvan we vol vuur raakten.

Een hartelijke ontvangst

Aldus gesterkt terug naar de Cantina van Sedilesu, waar het ineens bijzonder bedrijvig was. Maar nog steeds geen Giuseppe. Wel was daar Fransesco Cirino, alleraardigst, gastvrij en charmant, zoals Italianen dat kunnen. Fransesco werkte hier nog maar pas, en het was duidelijk dat hij opkeek tegen Giuseppe, die hij zeer bewonderde en die werd afgeschilderd als een, ehh nou ja, godfather. Dus tja, eigenlijk logisch dat die zich niet liet zien, snapten wij.

Fransesco loodste ons gezwind door de prachtige wijngaarden met zogenaamde bush vines, waarbij het lijkt of bij toeval hier en daar een struik wortel heeft geschoten, niet in van die keurige rijtjes zoals elders. Verder gingen we, door de fraaie wijnmaak ruimte, de vrolijk makende caves en tenslotte door het complete wijngamma van Sedilesu. En daar kwamen we vooral voor.

Wie en wat is Sedilesu en waarom waren we daar?

Op Sardinië wordt al duizenden jaren wijn gemaakt. Voorheen veel op familieniveau, de zogenaamde ‘eigen familie economie’. Later vooral in coöperaties, maar tegenwoordig schoorvoetend weer meer en meer door individuele wijnboeren. De omstandigheden op het eiland zijn zeer geschikt voor wijnbouw: regen in winter en voorjaar, veel zon en warmte, grote gebieden op hoogte (in de bergen veel wijngaarden op zo’n 800 meter) en vaak een bries doordat de zee nergens ver weg is.
Volgens de bekende Engelse wijnschrijfster Jancis Robinson echter, loopt Sardinië behoorlijk achter in de omwenteling van kwantiteit naar kwaliteit. Maar ja, Jancis loopt zelf ook behoorlijk achter wat betreft de omwenteling van dikdoenwijn naar pleziersap.
Dit is voor individuele pioniers een geweldige kans. Eenoog in het land der blinden. Want het eiland is zeer geschikt voor wijnbouw, maar meer nog: het is zeer geschikt voor bio- of natuurlijke wijnbouw. En van de nieuwe individuele boeren maken sommigen die keuze.

Je ziet dan ook wel veel bio en biodynamisch, maar vini naturale moet je nog met een lampje zoeken. Er zijn eigenlijk maar 5 of 6 wijnboeren, verspreid over het eiland, die zich in die richting ontwikkelen èn kunnen leveren buiten het dorp of directe omgeving.
Eén daarvan is Giuseppe Sidelesu, die in 1985 wijnboer werd. Zijn wijngaarden liggen op ca. 750 meter hoogte, dus relatief koeler, vooral ‘s-nachts, met een bodem van verweerd graniet, wat zand en klei en een dunne toplaag van humus. De wijnstokken waren toen Giuseppe begon al gemiddeld 20 jaar oud. Nu dus gemiddeld een prachtige 55!
Overtuigd van het doorslaggevende belang van de gezondheid van de wijngaard, maakte hij in 2000 de switch naar biodynamische wijnbouw. In de wijngaard geen irrigatie en synthetische middelen, ploegen met ossen, in de cave alleen eigen gisten, geen filtering, opvoeding in grote houten voeders, geen sulfiet, alleen een homeopathische 30 mg/l bij het bottelen.
Nog iets opvallends: Giuseppe maakte de keuze om voor zowel rood als wit één enkele druivensoort te gebruiken: de Cannonau (oftewel Grenache) voor rood en voor wit de Granazza..
De Cannonau, een variant van de grenache, zie je veel op Sardinië, al is die rond Mamoiada en speciaal die van Sedilesu verreweg het bijzonderste en het beste. De witte Granazza is een specialiteit van fattoria Sedilesu, door hen aan de vergetelheid ontrukt.
Twee druivensoorten, lekker overzichtelijk en een geweldige uitdaging om in beide een absolute expert, de allerbeste, te worden. En dat zijn ze bij Sedilesu.
Nog een weetje over de Cannonau: Sardinië is een van de schaarse mondiale Blue Zones: waar veel 100+ jarigen leven. Oorzaak (volgens de Sardijnen): zuurdesembrood, schapenmelk, tomaten en Cannonau, vol antioxydanten. Als uw dokter iets anders beweert, moet u een andere nemen. Dus, kom op hartklachtigen, neem er gerust een, ik doe het zelf ook!

Wijnstijl bij Sedilesu

De rode wijnen zijn stevig en vol, met flink voelbare maar toch zachte tannines, geuren van fruit en maquis, het struikgewas vol kruiden als oregano en tijm, dat hier in het wild overal groeit.
Met de prijs neemt logischerwijs de complexiteit in breedte van smaken en diepte en lengte van de nasmaak (of ‘de beleving’ zo u wilt) toe. Het geestrijke alcoholpercentage ondersteunt de stevigheid, maar wordt nergens scherp of opdringerig. Wel na een paar glazen natuurlijk hè.

Je krijgt makkelijk de neiging om deze rode wijnen te vergelijken met Barolo, Chateauneuf of grote Bordeaux. Welnu, de Sedilesu’s winnen het op vele fronten voor minder dan de helft van de prijs.

De witte wijn, waar maar weinig van wordt gemaakt, is eveneens vol, daarbij eerder aromatisch dan fris. Geel fruit, noten, honing en kruiden. Eerder een eetwijn dan een aperitief, al zouden we hem zelf overal en altijd willen drinken. Wordt gemaakt in de varianten zonder en met schilinweking, en in een iets mollige variant.
De witte wijn heeft een duidelijker vino naturale inslag dan de rode.

En hoe zien ze eruit, de Sedilesu flessen?

De etiketten van Sedilesu zijn helaas nogal donker; er staat een gestileerde afbeelding op van een masker dat in deze streek tot de folklore behoort. Weliswaar straalt het etiket traditie en ernst uit, maar, beste Giuseppe, dat kan echt veel beter hoor. Zo’n vrolijke en overtuigende wijn en dan zo’n etiket. Misschien een uitdrukking van typisch Sardische zwaarmoedigheid? Ga maar na, een bergvolk op zo’n geïsoleerd eiland, lange winters vol barheid, misschien is er veel om achter een masker te verbergen…. Enfin, de waarheid zit ín de fles en die is vrolijk, sappig, zeer kundig gemaakt en verdraaid lekker.

De wijnen van Sedilesu.

Een woord vooraf
Sedilesu wilde dat ik hun wijnen niet onder een bepaalde prijs zou verkopen, die hoger ligt dan onze normale marge. Om er toch aan tegemoet te komen hanteer ik de regel dat de Sedilesu’s alleen worden geleverd als u minimaal 6 flessen assorti uit onze hele collectie bestelt. ‘Assorti’ mag natuurlijk ook alleen Sedilesu zijn!

Heeft u hier vragen over? Bel of mail ons! Wie weet valt het mee.

De vini naturale van Fattoria Sedilesu: